O-oh Den Haag Centraal

door bartsnel op 15 september 2016

Ze waren als twee druppels water. Een kleine druppel en een grotere, maar een DNA-test was absoluut overbodig om de familieband vast te stellen tussen het jongetje met het spitse neusje en oren die enigszins naar buiten stonden, en zijn grotere evenbeeld, dat dus zijn vader moest zijn. Het was zondagmorgen. Ik ging koffie drinken bij mijn moeder en had de trein gepakt om op deze zonovergoten dag de files richting strand te vermijden. Dit stel zat op de bank tegenover me. De jongen schatte ik een jaar of zeven, de vader eind dertig, begin veertig misschien. Korte broeken — vader zo eentje met allemaal zakken, die je tegenwoordig veel ziet — t-shirts, sneakers en allebei een rugzakje in het bagagerek. Gewoon een vader die op zondag met z’n zoon iets leuks gaat doen. Maar iets klopte er niet in het beeld, de vrolijkheid ontbrak. De jongen keek bedroefd, de vader bezorgd. Zou moeder ziek zijn, en daarom niet mee kunnen? Was er iets met zijn zusje en bleef moeder thuis om haar te verzorgen? Mogelijk stonden vader en moeder op het punt om uit elkaar te gaan en was dit de dag dat hij het zijn zoontje zou gaan vertellen. Of had hij dat al gedaan. Misschien moest hij bij zijn vader gaan wonen en was hij bang al z’n vriendjes kwijt te raken.
De man had een rode veeg op z’n behaarde rechterscheenbeen. Roodbruin. Ik zag op een van z’n sneakers nog zo’n plek. Bloed? Mijn schrijversgeest was plotseling bezig een hele nieuwe zondagochtend voor deze twee reizigers te creëren, toen de trein begon af te remmen, en de conducteur via de intercom het station Den Haag Centraal aankondigde. Ik stopte mijn notitieboekje weg en de vader pakte de twee rugzakjes. Uit de grotere viel iets op de grond. De man raapte het op en stopte het weg alsof het de normaalste zaak van de wereld was, maar ik had het bebloede mes gezien. Ik pakte mijn notitieboekje weer en begon te schrijven.

Op een gemiddelde dag kom je overal onbekende mensen tegen: op het station, in de supermarkt, de wachtkamer van de dokter. Sommige hiervan merk je amper op, maar andere roepen vragen bij je op. Waarom loopt die man zo mank? Met wie is dat meisje toch zo druk aan het WhatsAppen? Waar komen deze vakantiegangers net van terug?
De schrijfopdracht voor deze week is: geef een verhaal aan een willekeurige voorbijganger. Kijk om je heen, valt er iemand op? Je mag je fantasie de vrije loop laten gaan. Vul de andere kant van een telefoongesprek in, verzin familiedrama’s of persoonlijke dilemma’s voor een voorbijganger. Schrijf dit op in maximaal 300 woorden. De vorm is vrij.

 

Plaats een reactie

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: